Tijdens de ingreep

Algehele anesthesie

Bij algehele anesthesie (narcose) bevindt u zich in een slapende toestand. De anesthesioloog gebruikt hiervoor een combinatie van medicijnen, zoals slaapmiddelen, pijnstillers en soms ook spierverslappers. Deze schakelen tijdelijk het bewustzijn en de pijngevoeligheid in het hele lichaam uit. De medicijnen worden toegediend via een infuus, een mondkapje of soms via een buisje in de luchtweg. De meest gebruikte methode is het infuus.

Ademhaling via een buis in de luchtpijpVoor de veiligheid van de patiënt wordt meestal via het mondkapje wat extra zuurstofrijke lucht in de longen gebracht. Tijdens kortdurende ingrepen wordt uw ademhaling ook met dit kapje geregeld. Bij langdurige ingrepen regelen wij uw ademhaling via een buis in de luchtpijp (intubatie) of via een keelmasker. Een keelmasker is vergelijkbaar met een tube, maar hierbij reikt de buis slechts tot achter in de keel. In beide gevallen wordt de buis pas ingebracht wanneer u al buiten bewustzijn bent, dus dat merkt u zelf niet.

Voor grotere en langere ingrepen kan de anesthesioloog verschillende anesthesietechnieken combineren.

Kans op tandschade
Tijdens een narcose kan in zeldzame gevallen schade aan het gebit van een patiënt ontstaan. Dit wordt meestal veroorzaakt door de instrumenten die via de mond worden ingebracht voor het plaatsen van de beademingsbuis (tube) die tijdens de narcose wordt gebruikt. Ook bij bepaalde ingrepen van bijvoorbeeld de KNO- of MDL-arts kan dit gebeuren. Het risico op gebitsschade is groter bij facings, kronen, bruggen en dergelijke, en bij een slecht gebit. Daarom wordt voorafgaand aan de narcose of andere behandeling, waarbij er risico is op schade aan het gebit, de status van het gebit genoteerd in het medisch dossier. Vaak wordt verondersteld dat schade aan het gebit vergoed wordt door de verzekeraar van het ziekenhuis. Dat is echter maar in een klein aantal gevallen zo.